Algemeen

De ontwikkeling van het -niet alleen- katholieke onderwijs is steeds nauw verbonden geweest met die van de algemene maatschappelijke verhoudingen, en pedagogisch-didactische inzichten.

Overzicht

ca.
1578-1798

In de tijd van de Republiek was de roomse godsdienst niet toegestaan. Katholieken hielden heimelijk kerkdiensten in schuilkerken. Veelal was hier sprake van 'gedogen'. Schuilkerken in Amsterdam zijn nog de kapel op het Begijnhof en Ons'Lieve Heer op Solder aan de OZ Voorburgwal.
1798-1848 Vanaf Bataafse Republiek (en de Franse tijd) komt er een nationale wetgeving, later bevestigd door de Grondwet van het Koninkrijk (1815). Er is een scheiding van Kerk en Staat, er zijn vrijheden, onder andere van godsdienst, vergadering en drukpers. De eerste onderwijswetten komen tot stand. Er is vrijheid van onderwijs, maar alleen het openbaar onderwijs wordt bekostigd. Dit onderwijs heeft een algemeen, vrijzinnig-protestants karakter ('Alle onderwijs is openbaar onderwijs van de Staat'). Er is geen leerplicht, slechts weinig kinderen volgen het onderwijs.
1848-1870 De Grondwet van 1848 stelt dat onderwijs "voorwerp van aanhoudende zorg van de regering" is. Er volgen verschillende wetten die dit nader regelen.
De diverse bevolkingsgroepen organiseren zich. Politieke partijen ontstaan. Het bijzonder onderwijs komt op. Paus en bisschoppen zetten zich af tegen 'moderniteiten' en stimuleren het eigen katholieke onderwijs. Katholieken trekken zich in eigen kring terug, maar manifesteren zich duidelijk onder meer door bouw van kerken en scholen. Religieuze Congregaties ontstaan; zij geven het katholiek onderwijs duidelijk vorm. Het bijzonder onderwijs als geheel wordt belangrijk.
1870-1920

De periode van de 'Schoolstrijd', waarin het gaat om de -voornamelijk- financiƫle gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Dit wordt uiteindelijk gerealiseerd in de 'Pacificatie', uitgewerkt in de Wet op het LO van 1920. Ook het opleidingsonderwijs (onder andere kweekscholen) valt onder deze wet. De leerplicht wordt in 1901 ingevoerd.
Bevolkingsgroepen leven deels langs elkaar heen en vormen hun eigen instellingen, als partijen en sportverenigingen, en bouwen eigen kerken en scholen. Dit is het begin van de 'Verzuiling'.

1920-1960 De Verzuiling viert hoogtij. Confessionele en sociaal-democratische partijen beheersen de politiek. Het katholieke onderwijs krijgt een stevige theologische-filosofische basis en wordt steeds gedetailleerder uitgewerkt. De Congregaties groeien en verzorgen een groot deel van dit katholieke onderwijs. In 1952 brengt minister Rutten de Kweekschoolwet tot stand. De opleiding wordt helder gestructureerd en wint aan status (MBO). In 1955 volgt de eerste wettelijke regeling voor het kleuteronderwijs en wordt de 'Vormschool' tot KLOS.
1960-> Grote maatschappelijke veranderingen. De Verzuiling wordt afgebroken. De katholieke kerk tracht zich te hervormen. Trefwoorden voor deze periode zijn onder meer: individualisering, betere opleiding, welvaartsverhoging, privatisering, secularisering, liberalisering, globalisering. Oude zekerheden verdwijnen snel, nieuwe blijven veelal vaag en vloeiend. Religieuze ordes en Congregaties verdwijnen. De kweekschool wordt 'P.A.' (1969) en wordt tot HBO gerekend. In 1984 gaan de P.A. en de KLOS samen tot Pabo. Vanaf de jaren tachtig fuseren vele opleidingsscholen tot grote, meer bedrijfsmatig bestuurde instellingen. Religieuze identeit wordt in veel gevallen vaag.

 

Bronnen

Over de geschiedenis van het (katholieke) onderwijs is heel veel gepubliceerd. Hier enkele bronnen.

Angelicus Holtkamp FIC: 'Van Begijnen en Schoolmeester tot Leraren Basisonderwijs', uitg. Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen 1988.

ASKO: 'Vijftig jaar katholiek onderwijs in Amsterdam, 1954-2004', uitg. ASKO, Amsterdam, 2005.

Boekholt, P.Th.F.M. en E.P. de Booy: 'Geschiedenis van de school in Nederland, van de Middeleeuwen tot aan de huidige tijd', uitg. Van Gorcum, Assen, 1987.

Kwekeling Boek

Essen, Mineke van: 'Kwekeling, tussen akte en ideaal. De opleiding tot onderwijzer(es) vanaf 1800', uitg. SUN, Amsterdam, 2006 (links).

Frankrijker, J.J.G.B. de: 'De katholieke opleiding voor onderwijzers en onderwijzeressen, 1889-1984', dissertatie Leiden, uitg. Nijkerk, 1988. Op internet staat van hem een artikel over de opleiding 1850-1920.

Palm, Jos: 'Moederkerk, de ondergang van Rooms Nederland'. Historicus en radiomaker Jos Palm beschrijft op voortreffelijke wijze (kort) de opgang en (uitgebreid) de neergang van de RK Kerk in Nederland vanuit de geschiedenis van zijn eigen familie. Uitg. Contact, Amsterdam, 2012.

Rooy, P. de: 'Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland'. Emeritus hoogleraar Piet de Rooy heeft een prachtig boek geschreven, waar hij zijn eigen geschiedenis in verweeft. Het boek boeit van begin tot eind en geeft een geweldig inzicht in de ontwikkelingen en de achtergronden. Uitg. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2018.